Print deze pagina

Migranten

Ftah al-Bab (Open de Deur)

Ftah al-Bab (Open de Deur) is een project van het Steunpunt GGZ Utrecht dat de dialoog over psychiatrische problematiek binnen de Marokkaanse gemeenschap in Utrecht wil stimuleren. We produceren daarvoor een DVD waarin ervaringsdeskundigen hun eigen verhaal vertellen. Met die DVD ondersteunen we het gesprek van ervaringsdeskundigen binnen de gemeenschap. Daarin werken we nauw samen met zelforganisaties.

Het Steunpunt GGz Utrecht heeft voor de ontwikkeling van dit project ‘Ftah al-Bab' en de productie van de DVD een bruggenbouwer/projectontwikkelaar aangenomen: Housnia el Mimouni.

Housnia  is bereikbaar op ons nummer: 030-2369320

download: projectplan


 

Stemmen uit de Praktijk
In april 2006 zijn we gestart met het project "Stemmen uit de praktijk". Dit is een onderdeel van "Samen Deskundig, cliënten in dialoog met hulpverleners (en anderen). Het project komt voort uit het onderzoek "Crisisopvang bij allochtonen", dat in 2004/2005 gehouden is en waarin door een groep cliënten van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst aanbevelingen voor de hulpverlening geformuleerd zijn. Ook is toen de aanbeveling gedaan om meer voorlichting te geven aan migrantengemeenschappen, o.a. door het vertellen van het eigen verhaal. Het project wil ervaringen van cliënten van allochtone herkomst bundelen tot voorlichtingmateriaal voor hun gemeenschappen en wil concreet met de aanbevelingen aan de slag om de hulpverlening aan migranten te verbeteren.

Verhalenbundel
De bundel "Stemmen uit de praktijk", met biografische verhalen van mensen van allochtone en autochtone herkomst met psychische problematiek, is voor 5 euro (excl. verzendkosten) te bestellen bij het Steunpunt.

___________________________________

Crisisopvang bij cliënten van allochtone herkomst

Een verkennend onderzoek naar ervaringen van cliënten van allochtone herkomst met crisisopvang in de stad Utrecht. Onderzoeksperiode: maart 2004 - februari 2005. Steunpunt GGz Utrecht - Altrecht geestelijke gezondheidszorg

Het eindrapport is verschenen in september 2005. Hieronder een samenvatting.
Financiering: Altrecht, Provincie Utrecht, Steunpunt.

Onderzoeksopzet, Vraagstelling en Doelgroep
In 2002 is in de regio Midden-Westelijk Utrecht een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van cliënten met crisisopvang. Opvallend was dat daarbij weinig migranten aan het woord kwamen. Uit de praktijk kwamen signalen binnen dat deze groep cliënten relatief gezien sterk oververtegenwoordigd was op de acute opnameafdelingen van Altrecht, divisie Stad Utrecht. De indruk bestond dat deze mensen veel vaker dan autochtonen pas via de crisisdienst met de GGz in contact komen. Binnen Altrecht, waar sinds 2000 het interculturalisatiebeleid prioriteit heeft, ontbraken echter betrouwbare gegevens over het aantal cliënten van allcohtone herkomst in de zorg, waardoor dit signaal niet goed te verifiëren was. De inzet van Altrecht in dit onderzoek is om de interculturele hulpverlening aan de acute voordeur verder te ontwikkelen en meer zicht te krijgen op de ervaringen, wensen en behoeften van cliënten van allochtone herkomst, o.a. in aansluiting op de ontwikkeling en invoering van het crisispreventieactieplan. Het Steunpunt wil migranten een stem geven en cliëntenparticipatie binnen deze doelgroep verder ontwikkelen.

Vraagstelling
Het gaat om een verkenning van de vraag of migranten vaker (dan autochtonen) een beroep doen op een van de vormen van crisisopvang, hoe men dit ervaart, welke knelpunten of problemen zich eventueel voordoen bij de crisisopvang zelf of in het traject dat aan de crisis voorafgaat of erop volgt.

Doelgroep
Het onderzoek richt zich op cliënten van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst uit de gemeente Utrecht, die allen ervaring hebben met de geestelijke gezondheidszorg en minimaal één crisissituatie meegemaakt hebben.

Uitvoering en gegevensverwerking
Om zicht te krijgen op de cliëntenpopulatie van de crisisdienst Stad Utrecht is gedurende 5 maanden een registratie bijgehouden van alle cliënten die in de periode tussen 1 juni 2004 en 31 oktober 2004 daar nieuw aangemeld zijn. In totaal gaat het om 331 cliënten, waarvan 122 (dat is 37%) al eerder een beroep gedaan heeft op de crisisdienst. In de gegevensverwerking is onderscheid gemaakt in autochtoon, allochtoon en een groep waarvan de etnische afkomst onbekend is.

Interviews
Met 29 cliënten (10 Marokkaans, 8 Turks, 8 Surinaams en 3 Nederlands) is een individueel gesprek gevoerd om zicht te krijgen op hun ervaring met de crisisdienst en de manier waarop zij in contact zijn gekomen met de geestelijke gezondheidszorg.

Enkele uitkomsten:

  • Alle respondenten geven aan dat ze zelf, binnen de familie of de gemeenschap weinig kennis en informatie hadden over psychische klachten en via een lange weg bij de GGz terecht gekomen zijn. Er is een beperkte toegang tot de informatiebronnen die er zijn. Informatiemateriaal in de eigen taal is nauwelijks beschikbaar. Door het gebrek aan informatie duurt het langer voor hun problemen herkend worden.
  • De taal is een grote barrière bij het uiten van emoties en bij het verkrijgen van informatie. Met name de respondenten van de 1e generatie hebben allemaal moeite met de Nederlandse taal.
  • De immigratie zelf wordt als een bron van onrust en onstabiliteit genoemd. Het socialiseringsproces gaat dan anders dan normaal. Er zijn weinig mensen in je omgeving die je kan vertrouwen en waarbij je hulp kunt zoeken.
  • Tolken of hulpverleners met dezelfde etniciteit worden niet vertrouwd. Men is bang voor roddel en afwijzing binnen de gemeenschap. Op ‘gek zijn' rust een taboe. Daardoor is acceptatie binnen de familie vaak ook een probleem.
  • Alle respondenten hebben gebruik gemaakt van alternatieve middelen. De meesten deden dat aan het begin van hun ziekte. Met name de familie had hierin een sturende rol. De meeste respondenten geven aan dat de Koran, kruidenbaden, winti en andere methoden hen niet geholpen hebben en vonden het zonde van het geld en de tijd die daarmee verloren ging.


Groepsgesprekken
De bevindingen uit de interviews zijn in de vorm van stellingen voorgelegd aan respondenten uit de Marokkaanse en Surinaamse groep. Niet iedereen wilde of kon hieraan deelnemen. Bij de Turkse respondenten was er geen belangstelling voor deelname aan een groepsgesprek of mochten vrouwen van hun man hier niet aan deelnemen. De bedoeling van de groepsgesprekken was om ervaringen uit te wisselen en om samen na te denken over hoe de eigen gemeenschap beter geïnformeerd kon worden over de geestelijke gezondheidszorg, zodat taboes hierover doorbroken konden worden. Bij de werving was het niet gelukt om via allochtone zelforganisaties en moskeeën respondenten te werven. Andersom bleken respondenten er ook weinig voor te voelen om dit zelf te gaan doen. Iedereen weet dan dat je ‘gek' bent. Ook het vertellen van en uitkomen voor je eigen verhaal was voor iedereen nieuw. In de groepsgesprekken was dit echter geen enkel probleem, omdat je daar met lotgenoten zit.

Hoe nu verder?
Via de groepsgesprekken is er in Utrecht een kleine transculturele groep cliënten gevormd, die in de toekomst verder wil gaan met het uitdragen van de eigen ervaringen en iets wil doen op het gebied van voorlichting en belangenbehartiging binnen hun gemeenschappen. Het betrekken van de familie speelt hierin een belangrijke rol. Een dergelijke groep is voor de GGZ cliëntenbeweging in Nederland een uniek fenomeen.

Het onderzoeksrapport is te bestellen bij: Steunpunt GGz Utrecht, steunpunt@ggzutrecht.nl, 030-2369320. Kosten: € 5,-- inclusief verzendkosten. .