Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Het uitgangspunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is ‘meedoen'. Dit is uitgewerkt in negen taken (prestatievelden) die iedere gemeente volgens de wet moet uitvoeren. Meedoen in de samenleving geldt voor álle burgers, ook de groep burgers die zij nog niet goed kent: mensen met een psychische klachten.
Mensen met psychische klachten, dak- en thuislozen, (ex-)verslaafden en vrouwen uit de vrouwenopvang ervaren vaak een hoge drempel om mee te doen in het dagelijks leven. Zij voelen zich bijvoorbeeld geremd om te reizen met het openbaar vervoer, even leuk te gaan winkelen,of naar een sportclub te gaan. Ook werken is soms te zwaar. En mantelzorg, vaak geboden door de eigen familie, trekt een zware wissel op het gezinsleven. Deze groep mensen heeft daarom speciale voorzieningen nodig om mee te kunnen doen met de maatschappij, afgestemd op hun behoeften.
Maatschappelijke ondersteuning moet aansluiten bij wat burgers nodig hebben om mee te kunnen doen. Het is belangrijk dat gemeenten goed naar hun burgers luisteren. De Wmo regelt dit in de vorm van participatie. Burgerparticipatie is in de Wmo verplicht. Dit houdt in dat gemeenten burgers en maatschappelijke instellingen moeten betrekken bij het Wmo beleid. Bij het opstellen van het beleid en bij de uitvoering daarvan. in de meeste gemeenten ins dat geregeld in de vorm van een WMO-raad, waarin ook een vertegenwoordiger voor mensen met psychische klachten. Wij hebben de gegevens per gemeente voor u op een rijtje gezet.
