Als ons wordt gevraagd uit te leggen wat we als Steunpunt GGZ doen, ontbreekt het vaak aan passende woorden. We slikken eerst en stottereren vervolgens iets over ervaringsdeskundigheid en mensen-die-de-zorg-niet-bereiken. Dat is lastig in een wereld waar de impact van een onderneming cruciaal is voor zijn succes. Sinds kort hebben we echter een woord voor onze werkwijze: wij bieden arenahulpverlening. Wat bedoelen we daarmee?

Psychiatrische aandoeningen zijn meer dan alleen een ziekte. Die boodschap koestert de patiëntenbeweging al meer dan vijftig jaar. De activisten van weleer wilden (en willen) ook  sociale en maatschappelijke oorzaken van de aandoening blootleggen en de marginaliserende inrichtingspsychiatrie die jarenlang dominant was in Nederland ontmantelen. “Vrijheid is het beste medicijn” scandeerden we in de jaren zeventig, in navolging van de Italiaanse psychiaters die het gesticht afschaften.

Die boodschap lijkt eindelijk gehoord te worden, want mensen met psychiatrische aandoeningen worden tegenwoordig steeds vaker gedefinieerd als burgers. Hun vrijheid is echter vervreemdend omdat deze eerder staat voor eigen verantwoordelijk en voor de vrijheid van de markt van zorg en gezondheid, dan voor de bevrijding die wij vroeger bedoelden. Als er gesproken wordt over de patiënt ‘als burger’ associeer ik dat nu eerder met ‘de patiënt als consument’.
De overheid laat de verdeling  van zorg en gezondheid over aan de markt. De patiënt moet daarin zelf een actieve rol vervullen en ‘positief gezond’ zijn. Positief gezond is een ander woord voor weerbaar en veerkrachtig. Het begrip positieve gezondheid van de Nederlandse arts Machteld Huber gaat ervan uit dat ongezondheid een fact of life is en dat de burger daarmee (beter) moet leren omgaan. Niet de wachtlijst voor de specialist is de crux van een slechte gezondheid, maar de (mislukte) burger die zo dom was om überhaupt op die lijst terecht te komen. Het is de ‘eigen schuld-dikke-bult-definitie’ van ziek-zijn, die wordt gedomineerd door op de persoon en diens systeem gerichte gezondheidsinterventies. De sociale technologie die beschikbaar is, bepaalt hier de definitie van het probleem.
Als je door de haartjes van je ogen kijkt, zie je ook de herstelbeweging daarin passen. Herstelondersteuning leert, volgens de beste tradities van cognitieve gedragstherapie, anders te denken en daardoor anders te leven, in vrede met je beperking. De tinteling die ik voelde toen we halverwege de jaren negentig het herstelbegrip muntten in Rotterdam met een kleine groep pioniers, voel ik al lang niet meer.

arena
Dit nieuwe marktdenken is gebouwd op een geloof in individuele verantwoordelijkheid en keuzevrijheid, en in zelfverwerkelijking als centrale waarden van burgerschap, naast vertrouwen in ondernemerschap en (technologische) maakbaarheid. De patiënt is een ‘medisch burger’ die zijn recht op gezondheidszorg (en ook gezondheid) moet realiseren en in sommige gevallen moet verdienen. Het speelveld is het maatschappelijk midden, waarin een rechtvaardig verdeling van zorg en gezondheid ‘op het spel’ staat. Het is niet de vrije markt die de overheid zo graag ziet waarin iedereen gelijke kansen heeft, maar een strijdtoneel. Wie de middelen niet heeft om zich op die markt te begeven of die markt naar eigen wensen te beïnvloeden, valt buiten de boot. Achterstanden, bijvoorbeeld op het terrein van taal, of cognitieve beperkingen, armoede, langlopende stigmatisering, beperkende traumatisering, slechte huisvesting etc. zijn daarin de rekeneenheden. In de sociale wetenschappen wordt dit speelveld omschreven als een arena.

In die arena levert het Steunpunt GGZ hulp, met name aan mensen die moeite hebben om zich op de markt te weren en daardoor uiteindelijk de zorg helemaal niet meer bereiken. Daarvoor moeten we de negatieve ervaringen van onze cliënten kunnen zien – ervaringskennis helpt daarbij – moeten we ons soms breed maken, met de ellebogen werken en doorbijten als dat nodig is – meertaligheid helpt daarbij. Arenahulpverlenen betekent ook dat we aanwezig zijn ín de gezinnen en daar getuige zijn van de verwaarlozing, we getuigen er ook namens de samenleving die zijn blik heeft afgewend, en spreken ons uit ‘dat het zo niet had gemoeten’, en getuigen doen we ook tegenover de samenleving als we wijzen op (de gevolgen van) die uitsluiting.
Op arenahulpverlening past niet zomaar een etiket, het is niet psychosociaal of psychiatrisch of herstelondersteunend, of een veerkrachtbenadering.  Alles kan. Dat is soms social work of lotgenotenondersteuning, soms een herstelgroep, maar kan ook een gespecialiseerd programma zijn uit de klinische psychiatrie, maar dan op buurthuisniveau. En altijd vormt kwartiermaken een integraal deel van de aanpak. Wij nemen weer op en maken ruimte, eerst voor de brandende hulpvragen, maar later ook voor de vraag hoe je weer kunt gaan deelnemen aan de samenleving, wat voor opleiding je nodig hebt of soms door een stoel bij te schuiven aan onze eigen tafel. Een groot deel van onze inspanningen is niet gericht op de cliënt, maar op onwillige instituties, in de zorg en buiten de zorg, die drempels opwerpen voor mensen die niet in het normaalbeeld van het medisch burgerschap passen en vervolgens bedoeld en onbedoeld worden geweerd. Het raakt de armsten in onze samenleving, arm in financiële zin en wat betreft sociaal kapitaal.
Steunpunt GGZ Utrecht: arenahulpverleners.

Huub Beijers