Foto’ en verhalen

Uitzicht uit je raam; wat zie jij als je uit je raam kijkt?

Sinds een aantal weken is ons gevraagd om zoveel mogelijk thuis te blijven;
Vervelend, en omdat we allemaal in dezelfde situatie zitten bied dat misschien ook een gevoel van verbondenheid met elkaar. Doe je mee om dat zichtbaar te maken? Maak een liggende foto van het uitzicht uit je raam. Schrijf of teken je liever? Dat kan ook.

Stuur je beeld naar: p.bontje@ggzutrecht.nl

*klik op de foto om te vergroten

De eerste weken van het op slot zitten was er angst, met een flinke scheut hypochondrie. Ik was altijd al een grieppakker, vooral de eerste veertig jaar van m’n leven. Na die hartoperatie van 24 jaar geleden werd dat wel minder. Maar toch: ‘vatbaar’. Dus ik vond dat ik extra goed moest oppassen. Dat maakt onzeker. Dat werkt door in de nachten: dromen bevolkt met krankzinnige scenes. Scooters die trappen afrijden in huis, achteruit rijden met de auto door straten die steeds smaller worden. En dan de huizen schampen, dat gedoe. En er lopen continu mensen in de weg. Ze kunnen ziektes overdragen.

Geleidelijk aan ging het stille decor waar dit onzichtbare virus door rondzweeft een beetje wennen. Voldoening om de schone lucht, de vogels die - nou ja dat hoop ik - veel meer de ruimte krijgen om te broeden. Schiphol groeit niet! Lelystad van de baan?? Ik voel genoegdoening. Al het groen wat aan de bomen verschijnt; Covid is in de mensenwereld, maar de natuur heeft nog (Jane Goodall vreest voor het lot van de mensapen) nergens last van. De rollen omgedraaid?

Elkaar opvangen bij dips, in huis. J. soms heel chagrijnig - wat ik me goed kan voorstellen - omdat ze haar dagelijkse gang naar het zwembad erg mist. De directe contacten met vriendinnen. Het op je qui vive zijn op straat en in de supermarkt. Vermoeiend is dat.

Maar ook: mijn heimelijke opluchting ontslagen te zijn van verplichte sociale contacten. De huismus in mij mag er zijn. Gelegitimeerd uurtjes op de piano pingelen, de stukjes van Mompou die net wat te moeilijk voor me zijn maar daarom juist fijn om te doen.

Eten koken ‘s avonds in het kleine keukentje in het oude huis, de keukendeur wijd open. Kijk een veldmuis in de tuin!  En de zon die schijnt vol op het zuidwesten. Een koud biertje is om 5 uur wel lekker. Afgepast want teveel straft zich meteen af. Het weet in elk geval de weg te vinden naar de angstknop die dan even omlaag gedraaid wordt.

Maar verder: dit voelt als het zitten in een sneltrein die plotseling bij een gevaarlijk doorbuigende brug vol in de remmen gaat. En dan moeten we tergend traag die wiebelige brug over, met zijn allen in die trein. Als dat maar goed gaat. 

Dus ik ben over het algemeen genomen wel bezorgd. Ook over wat mensen binnenkort gaan doen als ze het ‘zat’ zijn. Rare dingen liggen op de loer, ik hoop van niet maar vrees het wel een beetje.

 

Hans Biemond

Lees meer

*klik op de foto om te vergroten

Dit is een foto vanuit het raam van mijn werkkamer. De jaloezieén hebben jarenlang dicht gezeten. Om de buitenwereld buiten de deur te houden en wat er binnen gebeurde binnen te houden. Nu heb ik ze geopend, zie ik het huis van mijn overburen, de fietsen van mijn kinderen en zit ik deze ’s ochtend terwijl de zon op mijn bureau schijnt.

Huub Beijers

*klik op de foto om te vergroten

Ik lig op de bank, ik kijk naar buiten, gaap en zie… een stralend blauwe lucht. Hoewel van achter de spreekwoordelijke geraniums, doet het mij toch goed. De zomertijd is ingegaan en de lente zegeviert en geeft blijk van ontembare levenslust. Al mijn zintuigen staan op scherp en slurpen met verrukking de ontwaking van de natuur op. Zelfs de ietwat onaangename geur van de biologische bemesting van mijn geveltuintje - er zijn net een druivenrank en een takje van de roos zichtbaar - ontneemt me niet de vreugde die de lente in mij oproept.

De gedachte dat velen niet het geluk hebben het leven nu zo te ervaren, omdat ze worden verzwolgen door de tentakels van het monster dat ons leven zo overhoop heeft gegooid, drukt wel een stempel op mijn gemoedstoestand.

Maar goed, ik dwaal af. De huizen aan de overkant, waar sinds een jaar of twee 25 koorballen resideren, zijn ook niet langer een doorn in mijn oog: nu zij grotendeels naar paps & mams zijn verkast, word ik niet meer geconfronteerd met rondzwaaiende lichaamsdelen die normaliter slechts aan een partner zijn voorbehouden. Ook hun grove taalgebruik en luidkeels gezongen liederen dringen niet langer tot in mijn huiskamer door. Een welkome verademing. Letterlijk zelfs, want hun alcoholwasem die een meters ver bereik heeft, glipt niet meer door mijn raam naar binnen.

Overigens irriteer ik me al maanden aan de groene flap die in de dakgoot aan de overkant heen en weer wappert bij het minste of geringste briesje. Grotendeels omdat ik niet weet wat het is (opeens was het er - vermoedelijk in een dronken bui uit het raam gegooid, wat absoluut een sport van de jongemannen aan de overkant lijkt te zijn: wc-rollen (doch sinds de crisis, ho maar), een olijfoliefles, een onderbroek, een roeispaan, ik heb het allemaal voorbij zien komen) en omdat dit bewegende object nou eenmaal de rust van mijn uitzicht danig verstoort. Tja, ik ben zo’n miepje dat gevoelig is voor van alles.

Ik houd trouwens van grappen en grollen (van mezelf welteverstaan, die van een ander, daar vind ik meestal geen bal aan), het houdt me letterlijk op de been, maar het is niet allemaal pais en vree. Als alleenstaande die goed bekend is met mentale kwetsbaarheden, ervaar ik weliswaar de rust op straat en de verplichte anderhalve meter afstand als een zegen, de realiteit is dat ik – en velen met mij - vooral binnen zit. Sinds 18 dagen heb ik geen enkele menselijke aanraking meer gehad en mijn dagelijkse structuur en houvast zijn als sneeuw voor deze, wreed genoeg, heerlijke lentezon verdwenen. Dit is moeilijk en leidt regelmatig tot waterlanders. Máár, als ik zie hoe mijn kennelijk jarige buurman op 1 hoog door tot nu toe 8 mensen in tweetallen is toegezongen en hij taart met een mand naar beneden laat zakken. Ja, dan glijden er ook waterlanders over mijn gezicht, maar dan van pure ontroering.

Tot slot nog een saillant detail. Als je goed kijkt, zie je dat ik een ‘great tit’ op de gevoelige plaat heb weten vast te leggen. Ik kan natuurlijk ook gewoon het beestje bij zijn Nederlandse naam noemen, maar de Engelsen maken deze tijden van onderprikkeling (hoewel, al dat beeldbellen en die groene flap...) zo wel zo smeuïg. Helaas acht ik de kans op een stel voorbijvliegende ‘boobies’ verwaarloosbaar, maar als ik lang genoeg aan huis gekluisterd blijf, vermoed ik dat een ‘shag’ er nog wel in zit. Een hartverwarmende gedachte, want verder woon ik slechts met een heleboel plantjes.
Zoals je ziet is mijn vensterbankbeer namelijk omringd door vijf kleine kasjes waarin allerlei zaden ontkiemen. Mijn tuinwerk ligt spijtig genoeg op z’n gat en dus heb ik geprobeerd deze voor mij ontspannende activiteit thuis vorm te geven. Wat ik moet met de 100+ zaailingen en een bloemenzee-to-be? Dat is een goede vraag. Misschien wordt het guerrrilla gardening (ook dat klinkt lekker spannend in het Engels). Lijkt me een verkwikkende activiteit in deze bevreemdende tijden.

Notabene: ik heb voor de foto mijn plisségordijn naar beneden geduwd. Normaal hangt er een ‘censuurbalkje’ dwars over het midden van mijn raam - zo hoop ik de toevallig passant het zicht te benemen. Kan ik tenminste ongegeneerd gapen of, als ik in een wilde bui ben, neuspeuteren.

Lees meer

*klik op de foto om te vergroten

Zelf maakte ik lang geleden, een bijna identieke foto van het raam van mijn balkondeur.
Ik was toen een jaar of zeventien en was door omstandigheden gedwongen me de kunst van het naar binnen keren eigen te maken.
Na mijn brugklasjaar hier in Utrecht aan het Stedelijk Gym moest ik meeverhuizen naar Zeeuws-Vlaanderen, de streek waar mijn ouders vandaan kwamen.

Met één been in de randstad en het andere terug op de plek waar mijn hele familie, behalve ik haar wortels had, probeerde ik met schrijven de kloof in mezelf te dichten.
Ik heb heel wat aan mijn tafeltje bij dat raam gezeten en het is daar dat ik mijn reis naar binnen ben begonnen.
Een reis die nog steeds verder gaat, schrijvend en via schrijven ook anderen helpend zichzelf uit te vinden, soms voor het eerste, soms opnieuw.
Nu in deze crisistijd wordt het me steeds duidelijker dat wat eerst mijn handicap leek, nu een groot voordeel is.
Niet alleen heb ik geleerd mezelf bezig te houden met wat ik altijd bij me heb, ik ben ook redelijk op mijn gemak met mezelf en de isolatie lijkt tot nu toe vooral ruimte te bieden aan wat ik het beste kan: uit het raam staren, mijn gedachten laten zwerven en woorden zoeken bij wat ik binnen in mij tegenkom.

Josef Sudek is alleen al daarom een van mijn meest geliefde kunstenaars. Ik ontdekte hem toen ik me voor mijn roman verdiepte in de Tsjechische cultuur.

Inez Risseeuw

Lees meer

Fotogalerij

Uw foto of schilderij ook zichtbaar maken?
Stuur je beeld naar: p.bontje@ggzutrecht.nl

WordPress Theme built by Shufflehound. Copyright © 2018 Steunpunt GGZ Utrecht | Privacy en cookies | Disclaimer | Design by iDesi Media