Afgelopen vrijdag 18 mei 2018 hekelde De Telegraaf in een breed uitgemeten artikel het ‘ramadan-knuffelen’ van bestuurders, zoals burgemeester Van Zanen. Hetzelfde lot trof de informatie die Steunpunt GGZ Utrecht verspreidt over verstandig medicijngebruik tijdens de Ramadan (zie elders op deze site). Daarin citeren wij een imam die betoogt dat gelovigen bij een gedeeltelijke vrijstelling van het vasten vanwege ziekte, dagen moeten inhalen.Daar wringt de schoen volgens De Telegraaf: geloof moet een privézaak blijven.. Heeft De Telegraaf gelijk? Is er sprake van grensvervaging? Waarom dit soort informatie verspreiden? Ik zie verschillende redenen om dat wel te doen.

  1. Privézaken zijn het werkterrein van de geestelijke gezondheidszorg. Zoals de GGZ zich kan bezighouden met de onderlinge omgang van echtgenoten, zo kan dat ook met de invloed van geloof op geestelijke gezondheid. Het is voor hulpverleners goed de Koran te kennen en ook de Bijbel. Zo kan bijvoorbeeld het verlangen naar onthouding en boetedoening dat in orthodox-christelijke overtuigingen psychiatrische vormen kan aannemen, worden verstaan.
  2. Psychische problemen zijn belevingsproblemen die ons taalvermogen tarten. Geloof biedt ook zingeving en reikt de woorden aan waarin ze betekenis kunnen krijgen, troost bieden of iets aan de kaak stellen. Denk bijvoorbeeld aan de Bijbelse parabels die de stof leveren waarmee de taal van de psychose wordt geschreven, zelfs de psychose van de ongelovige. “Godallemachtig!” uitroepen of aanroepen, in grote wanhoop, kan daar bijhoren en is niet zomaar een uiting van religieus fanatisme.
  3. Religie is van invloed op de leefstijl van mensen en leefstijl (bijvoorbeeld vasten) is een van de bepalende factoren voor gezondheid. Het beïnvloeden van leefstijl (bevorderen van gezond gedrag) is een instrument om ziekte te voorkomen. Goed slapen is ook zo’n factor, en ook privé.
  4. Geestelijke gezondheidszorg is voor veel mensen een wereld waar je liever niet gezien wilt worden. Om de drempel te verlagen willen hulpverleners dichtbij de taal blijven die mensen kennen en gebruiken, ongeacht waar die vandaan komt. Aansluiten om niet uit te sluiten. Steunpunt GGZ Utrecht doet dat door ervarings- en leefwerelddeskundigen in te zetten. Gebruik maken van een taal betekent niet je bekennen tot die taal. Zoals alcoholreclame in de krant niet een advies is van de redactie om vaker en meer te drinken, noch om geheelonthouders te marginaliseren.
  5. Een goede relatie met de patiënt is wezenlijk voor goede hulpverlening. De persoon van de hulpverlener en professionele reflectie daarop zijn daarin werkzame bestanddelen. Jezelf leren kennen doen hulpverleners door zichzelf door de ogen van ‘de ander’ te leren zien. Of dat nu een verwarde man is uit Nieuwegein, een rechts-extremist uit Spijkenisse of een vluchteling uit Kandahar; anderen beoordelen om wat zij zijn, wat zij geloven of waar zij vandaan komen, hoort daar niet bij.

Voor Steunpunt GGZ is dit reden om religie te zien als een privézaak van ons allen en waar nodig passende informatie te verstrekken aan cliënten voor wie dit relevant is.

Huub Beijers
directeur Steunpunt GGZ Utrecht