René Gude, filosoof en directeur Internationale School voor Wijsbegeerte wordt geïnterviewd door Suzanne Rethans. Hij geeft antwoord op vragen die kinderen stellen.

Wat maakt mij mij?

Filosoof René: Zodra je je afvraagt ‘Wat zou iemand van mij denken?’, weet je dat je iets bent. Ik weet dat ik ‘mij’ ben als ik geleerd heb met andermans ogen naar mezelf te kijken. Als heel jong kind kun je dat nog niet en de meeste dieren kunnen het ook niet. En dat is ontzettend belangrijk voor de rest van je leven, want zo kun je ook leren bedenken wat je wilt zijn.

Nadenken over jezelf heeft veel te maken met kunnen praten. Zodra je als kind ‘ik’ leert zeggen, gaat het hard. Baby’s van chimpansees en mensenbaby’s kun je heel goed samen op laten groeien. De biologe Jane Goodall deed dat, zij leefde bij de apen en liet haar kinderen opgroeien met de apen. In het begin gaat de chimpansee harder, hij kan al snel van tak tot tak springen en klimmen als de beste, maar zodra mensenkinderen gaan praten, maken ze een enorme spurt. Dan kunnen ze zeggen wat ze nodig hebben. Om te gaan praten heb je andere mensen nodig. Als je helemaal alleen zou zijn op de wereld, zou je niet gaan praten. Waarom zou je? Zelfbewustzijn loopt via anderen. Je hoort van je moeder dat je stout bent, of lief en je vraagt je af: wat zou ze daar nou mee bedoelen? Ben ik nu stout en als ik nou mijn kamer opruim, ben ik dan weer lief? We leven met anderen, we willen dat andere mensen ons aardig vinden. Je kunt niet gelukkig worden zonder andere mensen.

Als je eenmaal zelfbewustzijn hebt, dan wordt het spannend. Want ga je nu altijd volgens de regels van de club leven en precies hetzelfde doen als iedereen? Dat is een beetje saai. Dan ben je niet echt een leuk vriendje, dan ben je eigenlijk niet een heel leuk kind. Omdat je dan niet uniek bent. Een clubje, een familie, een schoolklas is pas leuk als er veel verschillende types inzitten. Dus mag je best een beetje eigenwijs zijn en je eigen zin doen. Je moet een beetje stout zijn, anders ben je niet leuk. En je moet ook niet te stout zijn, dat is ook niet leuk. Dat is het moeilijke van het leven, want je zult een balans moeten vinden in je eigen dingen doen en toch aardig gevonden worden. Het is het verschil tussen wat jij wilt op een bepaald moment en wat verstandig is. Je moet vaak eerst nadenken of wat je wilt ook kan. Dat is wat je moet leren. Er is een oude wijze Chinees, Confucius, en hij zei dat hij pas op zijn zeventigste echt het gevoel had dat hij zijn hart direct kon volgen. Dus je zult er nog wel even mee worstelen.

Waarom is mijn hartje soms boos?

Filosoof René: Omdat je iets wilde dat je niet kon krijgen of omdat je op een plek was waar je niet wilde zijn. De grote vraag is natuurlijk: had jij gelijk of niet? Leuke kinderen zijn eigenwijze kinderen. Als kinderen niet in eerste instantie zeggen ‘ik heb gelijk’ wordt het nooit wat met ze. Maar ze moeten wel leren dat ze niet altijd gelijk krijgen. Als kind kun je dingen willen die je niet kunt krijgen, maar als je groot wordt moet je leren dat je niet meer wil wat je niet kunt krijgen. Daarvoor moet je de grenzen een beetje opzoeken en oprekken, je moet ook weer niet te snel opgeven. Als je bijvoorbeeld goed oefent met sporten, kun je best een medaille winnen. Maar iets willen dat echt nooit kan, heeft geen zin. Daar word je maar boos van. Je kunt bijvoorbeeld wel echt die hele dure coole fiets willen, maar die krijg je niet van papa en mama.

En zo zal het je verdere leven gaan: zit ik op de plaats waar ik wil zijn? En wil ik iets dat in mijn bereik ligt of niet? Acceptatie, mijn kind. Daar ligt de sleutel tot geluk.

Tegelwijsheid Boeddha: Frustratie is dat je iets begeert dat je niet kunt krijgen of dat je op een plaats bent waar je niet wilt zijn.

Hoe weet je dat je gelukkig bent?

Filosoof René: Je bent gelukkig als alles klopt. Als je zit op een plek waar je niet vandaan wilt en als je hebt wat je wil hebben. Wéten dat je gelukkig bent, is iets anders. Daar kun je ook over twijfelen. Het is een broos spelletje, geluk. Als je van plan bent gelukkig te worden lukt het meestal niet. De meeste filosofen raden aan om het niet rechtstreeks te proberen maar via een omweggetje. Aristoteles zei: Alle mensen kunnen veel verschillende dingen: hardlopen, lezen, honden kunstjes leren en tiramisu maken. Maar niemand kan alles heel goed, je moet kiezen waar je goed in wilt worden. ‘Deugd oefenen’ klinkt ontzettend truttig en ouderwets, maar het betekent gewoon dat je extra oefenen in waar je al voor deugt (wat je al een beetje kan) of juist heel hard oefenen in iets wat je niet kan, maar wat jij perse wilt. Zo leert iedereen iets anders en wordt een beetje eigenwijs en dat leek Aristoteles goed voor het land. We beginnen allemaal hetzelfde en we worden steeds verschillender, maar daardoor kunnen we samen steeds meer. Als het lukt word je vermoedelijk gelukkig, maar daarvoor moet je ook een beetje geluk hebben. Je bent tenslotte ook van al die anderen afhankelijk.

Immanuel Kant zei iets soortgelijks, maar een beetje strenger: doe jij nou maar je plicht, dan word je misschien gelukkig. Maar Kant vond dat je zelf moet bedenken welke plicht je op je wilt nemen, duidelijk uit te leggen wat je van plan bent en dan woord te houden. Dat is de hoogste vrijheid volgens Kant: niet doen wat iemand anders zegt, maar doen wat je zelf zegt. Het geluk komt pas als je ook echt doet wat je zegt, anders begrijpen andere mensen niet waar je mee bezig bent. En voor geluk heb je die andere mensen nou eenmaal nodig. Jeremy Bentham raadde iets heel anders aan. Het gaat er niet alleen om of je je eigen deugd (Aristoteles) of plicht (Kant) doet, maar je moet je altijd afvragen: Wat zijn de gevolgen van wat ik doe? Waar worden de meeste mensen gelukkig van? Als je niet zeker weet of je iets moet doen of niet, doe je gewoon de rekensom: hoeveel mensen worden er gelukkig van. Hoe meer gelukkigen, hoe beter je goede daad.

De grootste kans op geluk? Je vertrekt met Kant, je bewandelt de weg van Aristoteles en je kijkt naar de toekomst zoals Bentham. Mijn moeder zei altijd: je moet het ene doen en het andere niet laten. Zij was erg gelukkig.

Deel dit bericht